Ieder afscheid is uniek

Geplaatst op: 8 december 2020

“Weet je nog, de uitvaart van Ans?” vraagt mijn collega in het crematorium als we samen de aula klaarzetten voor een uitvaart. In gedachten ben ik meteen drie maanden terug in de tijd, op een bloedhete zomerdag, toen we het leven van Ans herdachten.

Ans was een vrouw met een beperking. Zij werd 69 jaar. Vele jaren van haar leven woonde zij in een instelling waar zij liefdevol werd verzorgd en het enorm naar haar zin had. Haar broers en zussen droegen met elkaar zorg voor haar en hoeveel zij van haar hielden werd mij meteen duidelijk toen ik bij hen aan tafel schoof om hen te helpen met het organiseren van de uitvaart van Ans.

Een rouwkaart met lieve woorden die haar typeerden, een fijne tekening van haar medebewoners, een prachtige foto en een lief gedicht vertelden over Ans’ heengaan.

De familie verzamelde verhalen en foto’s en zong met elkaar een liedje in dat Ans altijd zong en dat werd beluisterd tijdens het afscheid. De verlichting in de aula was kleurrijk afgestemd, net zo kleurrijk als Ans was geweest. Er lagen ballen en ballonnen, er stonden manden met muziekinstrumenten.

Terwijl wij luisterden naar één van haar favoriete kinderliedjes, werd zij de aula binnengedragen en nadat ik iedereen welkom had geheten, vertelde een zus van Ans over het leven van haar zusje. We zagen prachtige foto’s en filmpjes. In één van de filmpjes maakte Ans muziek en voordat we dat bekeken, werden in de aula de muziekinstrumenten doorgegeven zodat iedereen kon meedoen en, zo was de instructie, na een minuut muziek volgde de stilte van Ans.

Haar zus telde af, en we zagen een stralende Ans muziek maken en iedereen deed mee. Er werd gestuiterd met ballen, er werd getrommeld, deksels sloegen tegen elkaar, het was een kakofonie van geluid. En op een teken stopte iedereen tegelijk met geluid maken en was het stil. Doodstil. En in de stilte vonden we Ans. Wat zou zij genoten hebben van al die mensen die met én voor haar muziek maakten.

Ja, zeker weet ik het nog, het afscheid van Ans, dat vergeet ik nooit meer.